

NRC.NEXT
16 August 2016, NN dinsdag


Section: Binnenland; Blz. 4
 Mirjam Remie

Dat schreef hoogleraar Andreas Kinneging vorige week in de Volkskrant.
nrc.checkt
De aanleiding
Hoogleraar rechtsfilosofie Andreas Kinneging schreef een opiniestuk in de Volkskrant over de term LHBT , waarmee lesbiennes, homo s, biseksuelen en transgenders worden aangeduid. Met een wat ironische ondertoon vroeg hij zich af: zien we dan niet een seksuele categorie over het hoofd, die zich nog moet emanciperen? Zo is er een heel grote groep mensen over wie je niets hoort: de groep der aseksuelen . Ze vormen zelfs een meerderheid van de bevolking! Vijftig procent van de vrouwen is min of meer aseksueel en 20 procent van de mannen. Bovendien verliezen de meeste mensen boven de vijftig hun belangstelling voor seks vrijwel volledig. 
Waar is het op gebaseerd?
Kinneging schrijft in een e-mail: Als u om u heen kijkt, misschien wel naar uzelf, dan weet u het al. Maar er zijn ook voldoende boeken over de seks(e-)kwestie in den brede, waarin ook cijfers worden genoemd. Hij noemt het boek Taking Sex Differences Seriously, van de Amerikaanse wetenschapper Steven Rhoads, dat een uitgebreide bibliografie heeft. In de bronnenlijst zien we veel artikelen over sekse en sekseverschillen; niet specifiek over aseksualiteit. Sterker: in het hele boek komt het woord aseksualiteit niet voor.
En, klopt het?
Het hangt ervan af hoe je aseksualiteit definieert, zegt Hanneke de Graaf, senior onderzoeker van kenniscentrum Rutgers. Gangbaar is hiervoor de categorie mensen te nemen die op een vraag naar seksuele aantrekking aangeven dat ze zich tot niemand seksueel aangegeven voelen. In het onderzoek Seksuele Gezondheid in Nederland 2012 van Rutgers was dat 0,5 procent van de mannen en 0,7 procent van de vrouwen. Dus zelfs als je een iets ruimere definitie zou gebruiken, kom je nooit aan de helft van de vrouwen en één op de vijf mannen.  
Uit het onderzoek van Rutgers komt juist naar voren dat het merendeel van de Nederlanders tussen de 15 en 71 jaar seksueel actief is en plezier aan seks beleeft. Dat laatste geldt wel voor meer mannen (78 procent) dan vrouwen (60 procent). Ook hebben bijna alle mannen en vier op de vijf vrouwen tussen de 55 en 70 jaar weleens zin in seks. 
Seksuoloog Ellen Van Houdenhove, verbonden aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel, promoveerde in 2014 op het onderwerp aseksualiteit. Er is niet veel onderzoek gedaan naar hoe vaak aseksualiteit voorkomt, zegt zij, maar bevolkingsstudies in het Verenigd Koninkrijk en Finland rapporteren percentages tussen de 0,4 en 3,3 procent van de bevolking. Het gaat dan om mensen die geen interesse hebben in seks en niet op een seksuele manier naar anderen kijken. Men gaat er voorlopig van uit dat het om een aangeboren gegeven gaat, dat weinig veranderbaar is. Een geaardheid dus. 
Aseksualiteit wordt echter vaak ten onterechte verward met het ontbreken van zin in seks, zegt Van Houdenhove. Als je op die manier naar aseksualiteit kijkt, vind je inderdaad hogere percentages: zo had 15 procent van de vrouwen en 4 procent van de mannen tussen de veertien en tachtig jaar minstens een half jaar geen tot weinig zin, bleek uit het Vlaamse Sexpert-bevolkingsonderzoek. Maar deze cijfers zijn nog veel lager dan die in het artikel worden geciteerd. Dat de meeste vijftigplussers hun belangstelling voor seks verliezen is compleet fout , zegt zij. Het belang dat aan seks gehecht wordt, neemt af, maar de interesse blijft tot op hoge leeftijd bestaan. 
Conclusie
Onderzoeken geven aan dat slechts een paar procent van de bevolking aseksueel is. Een groter percentage heeft weleens een langere periode geen zin in seks, maar dat is nog altijd een minderheid. Ook de meeste vijftigplussers zijn nog geïnteresseerd in seks. We beoordelen de stelling dan ook als onwaar. 
 
 
 
 